Hier sta ik dan voorgoed, uitgescholden door vrienden van weleer, ik vraag me af hoe ik nu verder moet, met een pijn die ik maar moeilijk verteer. Woorden zijn eenvoudig gezegd, doch worden door herhaling realiteit, je hebt ze zo vaak opnieuw weerlegd, maar nu meen je ze, voor altijd. Ik kan je niets kwalijk nemen, ik ben de zak die je me noemt, mijn liefhebben is zacht verdwenen en tot de vergetelheid gedoemd. Ik zie de spiegel waarin ik kijk om mijn verleden te achterhalen, ik voelde me voldaan, gelukkig en rijk en moet daar nu de prijs voor betalen.
En kijk hoe de zon achter de horizon zakt, de wereld in een roes latend, denkend aan wat geweest is. Zie hoe de bomen het laatste licht proberen te vangen in hun bladloze takken, in een hopeloze poging nog wat hoop te verzamelen. Hoop om de nacht door te komen, die duisternis zaait over de velden. Ruik hoe de voorbije dag blootsvoets de herinnering verlaat, een leegte achterlatend, een immaterieel cadeau voor de troosteloze ziel. Hoor hoe de duisternis geruisloos de wereld hult in het zwarte linnen van de nacht, het grijze deken van de wanhoop. Voel hoe alle warmte de wereld verlaat, ruimte biedt aan de kilte van het alleen zijn, van het wegkwijnen van alles waar je in geloofde, alles waar je op hoopte….
En de nacht kwam, was kil en duister. De wereld was triest verdeeld als een gebroken illusie, uitgezaaid op de gronden van vergetelheid. En er werd gewanhoopt, gehuild, gedacht… en gewacht… vooral veel gewacht.
En kijk hoe de zon plots weer verschijnt, net op het moment dat alles verloren lijkt. Zie hoe de wereld opnieuw wordt verlicht, door het verschijnen van een nieuwe dag, een nieuwe kans, een nieuwe warmte. Ruik hoe de bloemen van de toekomst groeien, hun kleurrijke kopjes richten naar de herwonnen hoop, de vernieuwde aanwezigheid waar de wereld zo van geniet, voorzichtig en pril. Hoor hoe alles op zijn plooi lijkt te vallen, als vanzelf. Met als enige voorwaarde te geloven in de zon die schijnt en niet te denken aan de nacht die er geweest is, niet te hopen de zon te beheersen, maar te genieten van de stralen die ze de wereld schenkt, als een vriendschap met wederzijds respect. Voel hoe geluk zich weer van de wereld meester maakt, hoe het zichzelf schenkt aan de vernieuwde hoop, hoe het zich verdeelt over de harten van de mensheid, hoe het zich plaatst tussen ons in… tussen de wereld en de zon.
Vandaag wil ik het je meer dan ooit zeggen, alles wat ik eerlijk voor je voel. Ik wil je m’n hele zijn uitleggen in de hoop dat je dan ziet wat ik bedoel. Maar liefde is een raadsel van het hart en toch een zekerheid die ik voel voor jou. Ik zit hier dus en denk stil verward aan hoeveel ik echt wel van je hou. Toch besef ik alles wat je zei, de tijd die jij nog alleen wil blijven, het is moeilijk, maar ik laat je nog vrij en vlucht in poëzie die ik voor jou wil schrijven. Dit gevoel voor jou wil ik nooit meer kwijt en ik hoop dat we ooit echt samen kunnen zijn. Dan wordt het na enig verloop van tijd voor ons alle dagen een beetje Valentijn.
Daar zit hij dan, verzwegen en gehaat, gebroken en verlaten, starend in de verte, naar een toekomst die zo onzeker lijkt. Hij lacht ongemeend naar zijn enige gezelschap, de scherven van zijn gebroken illusies op de grond, de brokstukken van zijn dromen en waanbeelden, als een onoplosbare puzzel in het rond gestrooid. “Wie kan ik nog geloven,” denkt hij stil, “wie kan ik nog vertrouwen.” Zijn tranen strelen hem zacht langs zijn wangen, terwijl hij geniet van de omhelzing van de leegte, van de waarheid. De troostende wind van vertwijfeling glijdt langzaam door zijn haren, in de hoop zijn verloren gelopen gedachten terug op orde te krijgen…. Een tevergeefse poging van het noodlot. Hij vraagt zich af hoe het verder moet, nu hij voor een zoveelste keer zijn geloof in de mensen om zich heen heeft verloren. Hij richt zijn smeekbedes aan de maan, die als een trouwe moeder haar licht probeert te werpen op de duisternis in zijn hart, maar de afstand die tussen hen inhangt blijft een eeuwenoude blokkade vormen. Hij ziet het als een zoveelste metafoor voor zijn eenzaamheid. Hij probeert zijn teleurstelling aan de kant te schuiven, zijn hoop terug op te graven, maar hoe hard hij ook zoekt, alles wat hij vindt is zijn gebroken eenzaamheid, zijn hart aan diggelen in de holte van zijn borstkas en een permanent litteken op de plaats waar ooit zijn hoop zat, een eeuwige herinnering aan betere tijden.
Ik heb er zo lang over gedaan om te beseffen wat ik voor je voel, om zeker te zijn van mijn stuk, hoewel ik altijd al wist dat jij net iets meer betekende voor mij. Als een sluimerende liefde huisde je al een hele tijd in de kerkers van mijn hart, maar nu ben je vrij, ontsnapt uit de beslotenheid van mijn hart om bezit te nemen van mijn hele doen en laten. Mijn gedachten die integraal naar jou gaan, het kloppen van mijn hart als symfonie van verlangen, de slapeloze uren die ik vol overtuiging aan jou schenk, waarin ik aan jou denk. Ik vraag me af hoe ik zo lang zonder jou kon leven, zonder je aandacht, zonder die hoop, zonder die illusie die ik zorgvuldig koester. Mijn dromen bezocht door jouw prachtige aanwezigheid, mijn gedachten vervuld van jouw liefdevolle aandacht, mijn hoop gevestigd op jouw fantastische persoon. Maar ik ben slechts een pion op het spelbord van liefde, dat spelbord waar jij mijn koningin bent en waarop ik stap voor stap dichter bij jou probeer te komen. Of ik je zal winnen? Dat weet ik niet, die keuze ligt bij jou. Het is een spel waarvan we de regels zelf nog moeten verzinnen, maar ik zou ze graag samen met jou vorm geven. Ik wil meer dan hopen, ik wil meer dan illusies, ik wil meer dan verlangen, ik wil meer dan dromen.
En zo komt het…. Zo komt het dat het verhaal van hoop en verlangen hier stopt. Alles wat hij dacht, wat zij ooit had gevoeld, kent hier zijn eindstreep. Vreemd hoe mensen veranderen, hoe verandering definitief blijkt te zijn en geen evolutie die kan teruggedraaid worden. Terugdraaien…. Dat zou makkelijk zijn…. De klok terugdraaien naar een tijd voor deze vertwijfeling, een tijd waarin hij haar wel onmiddellijk zou durven zeggen wat hij voor haar voelt. Hoe hij zichzelf veracht, zijn twijfels, zijn angsten, zijn eeuwige zwijgzaamheid. Hoe hij haar niets kwalijk neemt en haar tracht te begrijpen. Begrijpen…. Het klinkt zo eenvoudig, maar het is zo moeilijk…. Moeilijk om te vatten hoe gevoelens kunnen veranderen. Het is zo tegenstrijdig: zij die ooit zo hard tegen gevoelens vocht, waarvan hij nu zo graag zou hebben dat ze ze heeft. Als ze hem nu gewoon nog een kans zou geven, dan… ja… wat dan? Dan zou hij haar alles trachten te geven wat ze wil. Hij zal haar niet vergeten. De manier waarop ze door zijn haren streek, hoe ze haar voeten warmde aan zijn lichaam, hem haar liefste glimlach schonk, hoe haar geur zacht zijn neusvleugels streelde. En zo komt het dat hij spijt heeft van haar keuze, van zijn zwijgen. Als ze nog van mening zou veranderen, zou hij gelukkig zijn. Als ze bij haar mening blijft, zal hij gelukkig trachten te worden. Spijt….
Langzaam slaat de vertwijfeling toe, de reden waarom hij haar, hoewel hij het echt wel wil, niet volledig kan vertrouwen. Het is geen kwestie van willen, maar van angst, een diepe, gewortelde angst, een angst om haar te verliezen, om kwijt te spelen wat ze opgebouwd hebben. Zal dat ooit gebeuren? Dat weet hij niet. Zou ze hem echt voor hem verlaten? Hij kan alleen maar het tegendeel hopen. En hoewel hij weet dat hij haar niet bezit, hoewel hij beseft dat de beslissing uiteindelijk bij haar ligt, hoopt hij toch vurig dat al haar gesproken woorden, lieflijk en zoet als honing, de waarheid zijn, dat ze hem niet zomaar gerust probeerde te stellen…. En als ze ooit toch zou besluiten dat hij haar niet alles geeft wat ze nodig heeft, dat ze bij hem niet alles vindt wat ze zoekt, als ze in de armen van een ander meer geluk tracht te vinden, dan hoopt hij dat ze op zijn minst een stuk van zijn gebroken hart achterlaat bij zijn holle borstkas, zodat de herinnering aan haar voor altijd aanwezig zal blijven.
Ik zit in stilte in de zetel, kijkend naar de foto in m’n hand. Ik zie de twee lachende gezichten, vrolijk en naïef, verlangend naar wat nog komen zou en tevreden over wat geweest was, de toekomst als een uitnodigende rode loper voor hen uitgerold. Ik weet nog goed die dag wanneer we de foto namen, op dezelfde plaats als waar ik nu zit, omhuld door mijn stilzwijgen. Één wezenlijk element van de foto ontbreekt nu echter: jij. Op je gezicht viel niets anders af te lezen dan het intense geluk dat ook ik voelde, maar blijkbaar droeg je het masker van schijnheiligheid met glans…. De enige glans die mij nu nog toelacht, is de glanzende bovenlaag van de foto. Eén plek op de foto glanst niet meer, maar is dof geworden. Het is de plek waar jij staat. Door de jaren heen is de glans ervan gewreven, door mijn strelende en koesterende vingers, bewogen door gemis. Ik vrees dat uiteindelijk ook je kleuren zullen vervagen, dat er na verloop van tijd geen enkele tastbare herinnering meer te vinden zal zijn van onze liefde, van jouw leugens. Maar hoewel ik vrees, ben ik niet bang om je een tweede keer te verliezen. Want je tastbare herinnering mag dan wel vergankelijk zijn, de gedachte aan jou zal voor altijd zorgvuldig op m’n hart geschilderd blijven. Een stilleven van verloren geluk.
Een verbeten jaloezie maakt zich van mij meester. Als een donkere wolk omgeeft het de woorden die ik uit, waardoor alles wat ik zeg, niet zegt wat ik bedoel. Je wordt kwaad om mijn zinnen, kwaad op mij, maar ik kan er niets aan doen. Mijn jaloezie is het verbergen van mijn angst. Een angst om te verliezen wat ik net teruggevonden heb, een angst om de vriendschap kwijt te spelen, die we zo fragiel hebben opgebouwd, stap voor stap, woord voor woord. Ik wil wel veranderen… maar het gaat moeilijk. Het is wie ik ben, het is wat ik voel en een gevoel kun je nu eenmaal niet zo makkelijk het zwijgen opleggen. Ik ben niet jaloers omdat ik je geen geluk gun, ik ben jaloers omdat ik bang ben je te verliezen, maar op hetzelfde moment besef ik maar al te goed dat ik je ook zal verliezen als ik zo blijf doordoen….
En zo zit ik gevangen in deze tweestrijd van eerlijkheid, in dit dilemma van gevoel, in deze keuze waaruit ik geen juiste weg lijk te vinden. Maar als je me blijft geloven en steunen, dan kunnen we samen het juiste pad zoeken, waarop hernieuwd vertrouwen leeft en groeit, zodat we zonder ruzie verder kunnen, zodat we elkaar tevreden en gelukkig kunnen zien… zonder jaloezie.
De eerste indruk, die eerste woorden, twijfelend en onzeker, verwarrend en onstabiel. Een geheel van slechte excuses, verdwaasd verwoord, een waarheid vol ongeloofwaardige woorden verteld. Je lijkt teleurgesteld te kijken, naar het verhaal dat ik je vertel, maar ik bedoel het niet slecht, ik ben gewoon bang. Bang voor alles dat ik op m’n weg tegenkom: de mensen, de situaties, de onnavolgbare stroom van leugens en verdriet…. Waarom? Geen idee. Misschien zijn het maar gedachten, misschien is het slechts een illusie die me op de hielen zit, maar soms zijn illusies sterker dan de realiteit… ook slechte illusies… ook die van mij….
En daarom lijkt een eerste indruk zo onzeker, zo onstabiel, daarom lijken eerste woorden gesteund te worden door slechtbedoelde leugens. Niet uit slechte wil, maar gewoon omdat niemand het verhaal kent, omdat niemand weet hoe het verleden van een ander eruit zag. Alles wordt gezegd met een reden, alles wordt verteld vanuit een eerlijkheid die soms moeilijk te vatten lijkt.
Oordeel niet te snel, wees niet gierig op een tweede kans. Geef die tweede kans, geef dat nieuwe vertrouwen, geef die vertwijfelde vriendschap… alstublieft?